Download PDF

Afgelopen zomer verscheen, Beter Weten (Houtekiet, 2015), het nieuwe boek van filosoof Floris van den Berg. In het boek heeft hij verschillende teksten over zijn vaste onderwerpen atheïsme, veganisme en ecohumanisme verwerkt tot één geheel. Het resultaat is een nogal rommelig boek met veel verschillende onderwerpen. Maar zijn aversie tegen religie is een rode draad in het boek. Dat zijn godsdienstkritiek een aanval op de fundamentele grondrechten is, bleek al uit een eerder boek Hoe komen we van religie af? (Houtekiet, 2009) Aan de hand van deze twee boeken zal ik vd Berg’s visie op religie kritisch bespreken.

Floris van den Berg kan gezien worden als één van de belangrijkste schrijvers in het Nederlands taalgebied die bekend staan als de Nieuwe Atheïsten. Deze stroming is vanaf 2005 opgekomen met de publicaties van Sam Harris en Richard Dawkins. Aanvankelijk was het vooral een Anglo-Amerikaanse beweging, maar ook in het Nederlandse taalgebied is de beweging met mensen als Floris van den Berg zichtbaar. Met name de intolerante tendens en de nogal conservatieve/neoliberale oriëntatie van veel Nieuwe Atheïsten, heeft er voor gezorgd dat ik deze stroming al zo’n tien jaar intensief volg.

Universeel subjectivisme

De basis van de filosofie van Floris van den Berg is wat hij het universeel subjectivisme noemt. Om te bepalen welke ethische richtlijnen de juiste zijn, verplaatst men zich in de positie van de minst bedeelden. Door de belangen van deze mensen het zwaarst te laten wegen, wordt een situatie van tirannie of onderdrukking voorkomen.1

Van den Berg combineert ideeën van filosofen Peter Singer en John Rawls. Peter Singer is vooral bekend van zijn boek Animal Liberation, waarmee hij aan de wieg staat van de moderne dierenrechten-beweging. Hij vertegenwoordigt daarbinnen de utilitaristische school, die er van uitgaat dat het lijden van zoveel mogelijk mensen en dieren beperkt moet worden. John Rawls schreef in 1971 het baanbrekende boek over politieke filosofie Theory of justice. Hij beschreef daarin een gedachtenexperiment waar van den Berg sterkt op leunt en dat bekend staat als de ‘veil of ignorance’. De sluier van onwetendheid zorgt ervoor dat je politiek-ethische keuzes moet maken voordat je weet of je man of vrouw bent, blank of zwart en onwetend over leeftijd of sociale status. Vanuit de filosofieën van Singer en Rawls komt vd Berg tot universeel subjectivisme, waarbij de cirkel van rechthebbenden zo uitgebreid wordt dat ook rekening wordt gehouden met de stemlozen zoals alle dieren, toekomstige generaties en het milieu.2

Dat vd Berg’s filosofie in essentie ook utilitaristisch is, blijkt uit het axioma dat als het zwaarst wegend naar voren wordt geschoven. “Het onnodig toebrengen van leed is moreel verkeerd. Dit is een moreel axioma. Een rechtvaardiging van dit axioma is: kun je van positie wisselen?”3

Dit klinkt allemaal heel bewonderenswaardig. Van den Berg is een activistische filosoof die streeft naar het beste voor iedereen. Hij komt daarbij uit bij dierenrechten, iets dat ik persoonlijk kan toejuichen, ook al bevalt zijn toon me niet. In zijn retoriek is geen ruimte voor de mogelijkheid dat hij misschien geen gelijk heeft. Zo stelt hij dat er twee soorten mensen zijn: “Mensen die veganist zijn, en mensen die nog geen veganist zijn. Niet iedereen begrijpt alles in één keer.” Die mensen die het nog niet begrijpen noemt hij ‘tegenstribbelaars’. Niet iedereen is al veganist, maar “iedereen die na het tot zich nemen van de informatie en de argumentatie (zoals hierboven) doorgaat met het consumeren van dierlijke producten is immoreel.” Sterker nog, als zij volharden in deelname aan ‘de dierenholocaust’ zijn ze volgens vd Berg ‘immorele monsters en huurmoordenaars’.4

Dat hij ook in eigen kring irritatie opwekt met dit soort teksten mag duidelijk zijn. Op het ‘Freethinker’-forum beklaagt iemand zich over zijn dominante aanwezigheid in de vereniging ‘De Vrije Gedachte’. “Maar ik ben de reusachtige inbreng van ‘vd Bergh’ echter meer dan zat, en weerwoord geven is zo goed als niet mogelijk”, zegt ‘HenkM’. Hij gaat in een volgende reply verder dat hij zijn lidmaatschap overweegt op te zeggen en wijst er op dat anderen dat vanwege Floris van den Berg al hebben gedaan. Een andere poster ‘Vegan-revolution’, die naast vrijdenker ook veganist is, valt hem in mildere bewoordingen bij: “Floris van den Berg is inderdaad geen meester in het tactvol opereren.” en “Dat wil niet zeggen dat je daarom vleeseters moet verketteren. Laat als veganist gewoon de geldigheid van argumenten de doorslag geven en onthoud je verder van waardeoordelen aangaande niet-veganisten is mijn devies.”5

Over Religie

Dat Floris iets tegen religie heeft is duidelijk, hij schreef ten slotte een essay rond de vraag hoe we er van af moeten komen.6 Op één belangrijk punt onderscheidt het Nieuwe Atheisme fundamenteel van andere vormen van uitgesproken atheisme en/of godsdienstkritiek. Niet alleen worden de teksten, ideeen en rituelen van religie bekritiseert, maar mikpunt is vooral haar rol op het politiek-maatschappelijke toneel. Bovendien wordt die rol zo negatief afgeschilderd dat alleen een religieus predicaat als ‘apocalyptisch’ de lading dekt. Christopher Hitchens koos voor zijn boek als ondertitel ‘How religion poisons everything’.7 Richard Dawkins leidt zijn boek The God Delusion in met een opsomming van zaken die niet hadden bestaan als er geen religie zou bestaan. Hij noemt 9-11, 7-7, het Israelisch-Palestijnse conflict, Noord-Ierland etc.8

Ook Floris heeft een dergelijk idee over religie. In Beter Weten stelt hij: “Zonder religie zou er geen Israël zijn. En ik pleit voor een wereld zonder religie. Mensen zouden onwetend moeten zijn over de geschiedenis, en vrij van enig geloof, dan zouden mensen op welk grondgebied dan ook vredig met elkaar kunnen samenleven.” 9 Deze kijk op de geschiedenis is kinderlijk naief. Het impliceert niet alleen dat we één centrale oorzaak in geopolitieke conflicten zouden kunnen aanwijzen, maar ook dat we in staat zijn dit ene fenomeen te verwijderen. Ik noem dit ‘Koken met Floris’, we laten suiker voortaan weg uit ons recept en de maaltijd zal nooit meer zoet smaken. Zo eenvoudig zit de wereld helaas niet in elkaar.

Om religie op deze manier op politieke conflicten te kunnen plakken, zou eerst de vraag gesteld moeten worden of we in staat zijn om religie af te bakenen van andere maatschappelijke domeinen. Theoloog William Cavanaugh heeft in een uitgebreid hoofdstuk in zijn boek The myth of religious violence deze pogingen geanalyseerd. Hij laat daarin zien dat, het afbakenen van religie als maatschappelijk domein, zelfs onder experts nauwelijks tot acceptabele resultaten leidt. Het is vooral de moderne westerse, liberale natiestaat die een transhistorisch, transnationale, essentialistische afbakening maakt tussen het religieuze en het publieke/seculiere domein.10 Het gevolg is dat het fenomeen religie zo strikt wordt gedefinieerd dat het niet verder gaat dan de kerkdeuren of dat het zo breed wordt gedefinieerd dat niet alleen ideologisch marxisme, maar zelfs de begrafenis van Lady Di of idolate voetballiefhebberij er onder valt.

De manier waarop Floris het begrip religie definieert is niet zo serieus als de auteurs die William Cavanaugh in zijn boek bespreekt. In de begrippenlijst van Beter Weten omschrijft hij het in negen punten:

“Religie: 1) Geïnstitutionaliseerd bijgeloof. 2) Kennisclaims waarvan je wel kunt nagaan dat ze onwaar zijn. 3) Primitieve angstregulatie. 4) Onderdrukkingsstrategie van de (mannelijke) machthebbers om de sociale (onrechtvaardige) orde te consolideren. 5) Gebrek aan kritisch denkvermogen. 6) Muffe deken van opgelegde schaamte over naaktheid en seksualiteit. 7) Splijtzwam voor vreedzaam samenleven tussen verschillende groepen. 8) Carnavaleske verkleedpartij. 9) Vorm van kindermishandeling waarbij kinderenvrije intellectuele, emotionele en lichamelijke ontplooiing wordt ontzegd.’“11

De negen punten die hij geeft, verraden eigenlijk allemaal vooringenomenheid en een vorm van superioriteitsdenken. Bij punten als ‘gebrek aan kritisch denkvermogen’ zou je nog kunnen stellen dat het gaat om een vorm van godsdienstkritiek, maar punten als ‘carnavalsque verkleedpartij’ gaat echt niet verder dan belachelijk maken. In een vrij land mag hij dat doen, maar het geeft wel een pure onwil aan om het fenomeen religie te begrijpen. Daarmee doet hij vooral zichzelf te kort als serieuze gesprekspartner.

Veel kwalijker zijn punten als ‘vorm van kindermishandeling’, want dat impliceert dat niet de uitwassen, maar religie in zijn kern er op gericht is anderen te schaden. Als dat zo is, dan zou ingrijpen van door een staatsapparaat gerechtvaardigd zijn en Floris laat in zijn werk ook zien dat hij hier een warm voorstander van is.

De yeti view of belief in God

In plaats van een serieuze bespreking van religie, doet Floris vooral aan het creëren van karikaturen. Binnen het Nieuwe atheisme bestaan een aantal karikaturen die graag aangehaald worden. Russels theepot, de parodie op het godsbesef dat Bertrand Russel al in de jaren vijftig bedacht, is lang favoriet geweest. Sinds tien jaar wordt meestal gerefereerd aan het Vliegende Spaghettimonster. Om religie belachelijk te maken werd op internet een godheid, kerkgenootschap en allerlei rituelen bedacht. Daarnaast worden regelmatig officiele aanvragen gedaan, zoals mensen die er op staan dat ze met een vergiet op hun hoofd op een paspoort komen, omdat hun geloof, het pastafarigeloof dat voorschrijft.1213

 

Floris vd Berg vergelijkt religie zelf het liefst met het geloof in kabouters. “Jullie weten waarschijnlijk niet dat er bij mij kabouters in de achtertuin wonen. Ze wonen er al een hele tijd en ze hebben het naar hun zin. Voor mij zijn ze belangrijk in mijn leven. Ze hebben mij een geheim verteld: als ik altijd een rode onderbroek aandoe beloven zij dat ik, als ik dood ben, naar een bijzondere plaats ga waar ik altijd in een hangmat mag liggen.”14

De negen punten in vd Berg’s beschrijving van religie zijn eigenlijk allemaal terug te brengen tot twee ideeën. Religie is een substituut voor wetenschap (nr. 1, 2, 5, 9) en religie is een middel om mensen te onderdrukken (nr. 3, 4, 6, 7, 9). Nr. 8 (carnavalseque verkleedpartij) zou je kunnen zien als een karikaturale erkenning dat religie een ritueel karakter heeft. Aspecten van religie die je als positief zou kunnen beoordelen, zoals gemeenschapszin, zingeving, vormgeven van overgangsriten, blijven achterwege. Religie als middel van onderdrukking, is een manier om één aspect (het kunnen mobiliseren van mensen) enkel op negatieve manier uit te leggen. Dat die mobilisatiekracht eveneens vaak wordt ingezet in verzet tegen onderdrukking ben ik nog nooit in de kritische atheïstische literatuur tegengekomen. Toch zijn er talloze voorbeelden van religieus gemotiveerde mobilisatie tegen onderdrukking. Denk aan de katholieke kerk in Zuid-Afrika tijdens de apartheid of in de tijd van de Zuid-Amerikaanse juntas. Denk aan de inspirerende figuur van Mahatma Gandhi in de strijd voor onafhankelijkheid van India.

In het karikaturale beeld dat hij schetst, verschilt hij niet echt van de andere Nieuwe Atheïsten. Literatuurcriticus Terry Eagleton noemt dit de ‘Yeti-view of belief in God’. Zijn geestige observaties begonnen in de recensie die hij destijds schreef over Dawkins’ God Delusion. “Imagine someone holding forth on biology whose only knowledge of the subject is the Book of British Birds, and you have a rough idea of what it feels like to read Richard Dawkins on theology.”15

De ‘Yeti view of belief in God’ omschrijft Eagleton als volgt: ‘God is the sort of entity for which, like the Yeti, […] the evidence we have so far is ambiguous, not to say downright dubious, and because we cannot thus demonstrate God’s existence in the reasonably straightforward way [.. ] we have to put up instead with something less than certainty known as faith.’16

De karikaturale manier waarop Nieuwe Atheïsten religie en gelovigen neerzetten zijn zelden zuivere pogingen om het fenomeen religie te begrijpen. Toch horen karikaturen, ook als ze een kwaadaardige tendens vertonen, thuis in een vrije samenleving. Een voorwaarde om elkaar te tolereren en met rust te laten is dat er een uitlaatklep bestaat voor het ongenoegen dat mensen altijd opdoen in hun contact met andersdenkenden.

Religie als ziekte

Hoewel de atheïsten die een polemisch debat zochten, altijd al wezen op het kwaad in de wereld waar religie een belangrijk aandeel in zou hebben, was men doorgaans gefocust op de leerstellingen van religie of op de intrinsieke angstcultuur van religie. “Fear is the basis of the whole thing — fear of the mysterious, fear of defeat, fear of death. Fear is the parent of cruelty, and therefore it is no wonder if cruelty and religion have gone hand in hand.”, schreef Betrand Russel.17 Hoewel gelovigen impliciet slachtoffers zijn heeft Russel het nauwelijks over de gelovigen op zich, maar klaagt hij vooral de cultuur en het systeem aan.

Na de aanslagen van 11 september 2001 veranderde de toon. Het is Sam Harris die aangaf dat hij op 12 september is begonnen met schrijven aan zijn latere boek The end of faith.18 Niet langer zouden alleen de leerstellingen en het systeem, maar ook de gelovigen zelf hard aangevallen worden. Richard Dawkins stelt bijvoorbeeld: “Why would anyone want to destroy the WTC and everybody in it? To call Bin Laden evil is to evade our responsibility to give a proper answer to such an important question” om te concluderen: “How misguided we may think them, they are motivaded, ..<>.. , faithfully pursuing what their religion tells them.”19
Het is dus volgens Dawkins niet zo dat Bin Laden het ultieme kwaad is, maar meer een voorbeeld van wat religie in potentie bij alle gelovigen doet. Hij vereenzelvigt de daden en vooral de religieuze motivatie van een individu met alle gelovigen. Elke gelovige is op die manier een potentiële Bin Laden.

Een belangrijk thema dat je niet alleen bij Richard Dawkins en Daniel Dennett, maar ook bij Floris van den Berg ziet is ‘de gelovige als zieke’. Uiteraard is het onzinnig om religie te beschrijven in pathologische termen, maar de Nieuwe Atheïsten roepen hiervoor de memen-theorie aan. Dawkins introduceerde deze theorie al in de jaren zeventig. Memen zijn stukjes informatie die zich binnen onze cultuur gedragen als genen. Door natuurlijke selectie worden de sterkste memen doorgegeven. De analogie met genen is door het Nieuwe Atheïsme zo’n eigen leven gaan leiden dat men vergeten lijkt te zijn dat het alleen als analogie geloofwaardig is.

Of Dawkins zich hier bewust van is of niet, is onduidelijk. In ieder geval refereert hij nergens in zijn boek aan een eventuele kuur of roept hij de medische wetenschap op hieraan te werken. Het blijft loze woorden zoals op Twitter: “Please, don’t hate people because they’re religious. Does a doctor hates sufferers from cancer? No, he sympathetically tries to cure him.”20 Als hij kritische vragen krijgt, waaronder van atheisten, speelt hij de vermoorde onschuld over zijn kwaadaardige retoriek. “I’m quite simply astounded by the naked, vitriolic, savage hostility generated by this mild and gentle appeal NOT to hate religious people.”21

Dat Dawkins gelovigen als ziek bestempeld, is net als de verwijzingen naar de kinderlijkheid van het geloof, een manier om gelovigen van een volledig inschattingsvermogen te ontdoen. Het is een variant op het ontmenselijken dat vaak als truc wordt gebruikt in het scheppen van het vijandsbeeld.

“The general theory of religion as an accidental by-product – a misfiring of something useful – is the one I wish to advocate. The details are various, complicated and disputable. For the sake of illustration, I shall continue to use my ‘gullible child’ theory as representative of ‘by-product’ theories in general. This theory – that the child brain is, for good reasons, vulnerable to infection by mental ‘viruses’ – will strike some readers as incomplete. Vulnerable the mind may be, but why should it be infected by this virus rather than that? Are some viruses especially proficient at infecting vulnerable minds? Why does ‘infection’ manifest itself as religion rather than as . . . well, what? Part of what I want to say is that it doesn’t matter what particular style of nonsense infects the child brain. Once infected, the child will grow up and infect the next generation with the same nonsense, whatever it happens to be.”22

In zijn boek, op twitter en tijdens lezingen refereert Dawkins voortdurend aan virussen, ziekte die genezen moet worden, maar nergens zul je een concreet medisch behandelingsplan van hem meekrijgen. Nu zijn er volgens mij twee mogelijkheden: of een gelovige is daadwerkelijk geïnfecteerd door een virus, in dat geval laat Dawkins deze ‘zieken’ wel heel erg in de kou staan. Of de hele analogie is niet meer dan dat: een analogie. In dat geval maakt Dawkins zich schuldig aan een ernstig geval van dehumanisering van de gelovige.

Ook Floris van den Berg gebruikt de memen-theorie om gelovigen als ziek te bestempelen. In een hoofdstukje met vragen en antwoorden schrijft hij: “’Denk je dat gelovige mensen ziek zijn en besmet zijn met een virus?’ Ja. Volgens de mementheorie van Richard Dawkins in The Selfish Gene en uitgewerkt door onder andere Susan Blackmore in The Meme Machine en in Daniel Dennett’s boek Breaking the Spell zijn memen, naar analogie van genen, replicerende modules (parasieten) die door hun gastheer worden doorgegeven onafhankelijk van of ze goed zijn voor de gastheer en onafhankelijk of ze waar zijn. Religie parasiteert dus op de hersenen van gelovigen. Het succes van memen ligt erin of ze worden doorgegeven, niet of ze goed zijn voor de gelovige, noch of de memen waar zijn.”23

De diagnose stellen impliceert dat er ook een ‘behandeling’ nodig is. Hij stelt voor dat er “interdisciplinaire onderzoeksinstituten moeten komen die religie bestuderen om aan haar verdwijning te werken” moeten komen. En “net als medische instituten onderzoek doen om geneesmiddelen voor ziekten te vinden,…”24 Dus voordat er een wetenschappelijk serieus te nemen pathologische beschrijving van de ziekte is, moet er aan een genezing gewerkt worden.

De gedachtensprong van de religie-meme als analogie, naar de religie als virus, is louter speculatief. Het is een manier van denkers als Dawkins en Floris van den Berg om andersdenkenden te dehumaniseren. Immers, iemand die lijdt aan een virus moet geholpen worden. Zoals Dawkins zegt: ‘het zijn patiënten’, zoals van den Berg zegt: ‘ze zijn slachtoffer van een parasiet’. De zieke die lijdt aan religie is niet volledig toerekeningsvatbaar en dus kan of moet er ingegrepen worden. In een tijd waarin er al concentratiekampen worden voorgesteld door Nederlandse volksvertegenwoordigers voor leden van één specifieke godsdienst hoef ik hier geen Godwin te maken.25

Indoctrinatie van kinderen

Het grootste probleem met religie is volgens Floris van den Berg de ‘indoctrinatie van kinderen’. In de volgende passage wordt het standpunt duidelijk: “Hieruit volgt, dunkt mij, dat […] het indoctrineren van kinderen in een bepaalde ideologie, [niet is toegestaan]. (En nee, een liberale opvoeding is geen indoctrinatie. Opvoeden tot vrijheid is niet hetzelfde als onderdrukking. Kaalheid is geen kapsel.)”26

Het idee dat het levensbeschouwelijk deel van de opvoeding gelijk staat aan indoctrinatie is een tamelijk curieus standpunt, dat desondanks zeer populair is in discussies tussen religieuzen en atheïsten. De scheiding tussen de autonome en paternalistische opvoeding zoals vd Berg het noemt is fictief, maar bovenal sterk ideologisch geladen. Van den Berg stelt in Beter Weten: “De hersenen van gelovigen zijn ‘reason repellent’, indoctrinatie van jongs af aan heeft hun kritische denkvermogens gedeeltelijk dan wel geheel lam gelegd.”27 Omdat het kritisch denkvermogen van de gelovige tenminste deels is ‘lamgelegd’ vormen zij een aparte categorie, wat uiteraard consequenties heeft voor de opvoeding van hun kinderen. Zelfs als geloof een uitgesproken persoonlijke keuze is erkent vd Berg niet de volledige autonomie van de gelovige. “Religieuze identiteit is zelden een autonome keuze. Soms is één poot van de autonomie kant gedekt, zoals wanneer iemand zegt in vrijheid voor geloof te kiezen, maar vaak ontbreekt het aan eerlijke informatie over de gekozen religie en een gebrek aan informatie over de alternatieven. Ook is er vaak sprake van indoctrinatie in de jeugd.”28

De gelovige is dus kort samengevat zijn kritisch denkvermogen kwijt, beschikt niet over volledige autonomie en kan enkel voor het geloof gekozen hebben op grond van een gebrek aan eerlijke informatie. In Hoe komen we van Religie af? betoogt vd Berg dat we het beste preventief kunnen optreden. Deze ‘ongezonde levenswijze’ is volgens hem het beste te voorkomen door ‘kinderen niet meer op te zadelen met geloof en religie’.29

Uiteraard heeft vd Berg het voor de hand liggende verwijt, dat hij zelf toch ook zijn kinderen waarden meegeeft en dus volgens zijn redenatie ‘indoctrineert’, eerder gekregen. In Beter Weten bespreekt hij een dergelijk voorval: “Ook ik ben, volgens mijn disgenoten, een fundamentalist die zijn kinderen indoctrineert, manipuleert en beperkt. Er is volgens hen geen moreel verschil tussen een open authoritatieve opvoeding waar het gaat om individuele ontplooiing en kennisontwikkeling en een gesloten autoritaire opvoeding waar groepssocialisatie primair is. Volgens hen zijn de twee opvoedingsstijlen moreel gelijkwaardig: immers, ik geef mijn kinderen toch ook normen en waarden mee?”30

In deze reactie gaat hij er zondermeer van uit dat zijn open opvoeding van individuele ontplooiing representatief is voor elke atheïstisch/humanistische opvoeding en is de religieuze opvoeding per defintie een gesloten autoritaire opvoeding. Hij concludeert vervolgens dat er een moreel verschil is tussen zijn opvoeding en een religieuze opvoeding. Hij omzeilt de feitelijke inhoud van de kritiek, door de variabelen aan te passen. Het gaat er uiteraard om dat als je het meegeven van levensbeschouwelijke waarden typeert als indoctrinatie, dat ieder ouder, inclusief Floris van den Berg, zich schuldig maakt aan indoctrinatie. Maar als indoctrinatie te maken heeft met een open of gesloten opvoedstijl, het weinig te maken heeft met het al dan niet geloven van de ouders.

Kinderen opvoeden houdt niet alleen in dat kinderen te eten krijgen van hun ouders. Het houdt ook een verzameling instructies in, die door de ouders worden meegegeven, die gaan van veiligheidsinstructies naar instructies over hoe je te gedragen in de sociale ruimte. Niemand zal het indoctrinatie noemen als je een kind leert om met zijn mond dicht te eten in gezelschap. Hoewel niemand feitelijke schade oploopt als iemand dit niet doet. Daarnaast geven ouders instructies mee die voortkomen uit hun wereldbeeld. Dat kunnen instructies zijn over het niet eten van vlees, het kunnen ook instructies zijn over het delen van moeilijkheden in je leven met een hogere macht. Floris noemt dit indoctrinatie. Dat wil zeggen: hij noemt alleen de levensbeschouwelijke instructies waar hij het niet mee eens is indoctrinatie.

Het praktische draaiboek voor de bestrijding van religie

De meeste Nieuwe Atheïsten werken niet concreet uit hoe de religie, die alles vergiftigt zoals Christopher Hitchens het verwoordde, dan praktisch uitgebannen moet worden. Bij atheïsten als Richard Dawkins blijft het bij praten. Floris van den Berg doet dit uitdrukkelijk wel. Hij heeft met Hoe komen we van religie af? een boek aan die kwestie gewijd.

Ontmoediging

De bestrijding van religie leidt in vd Berg’s boek tot een aantal praktische maatregelen die volgens hem genomen zouden moeten worden. Allereerst vind hij dat het ontmoedigt moet worden. Hij stelt:”Een regering zou dezelfde houding ten opzichte van religie moeten hebben als ze ten opzichte van roken heeft. Zo’n regering staat het privégebruik van tabak voor volwassenen toe, maar licht rokers voor dat het slecht voor hun gezondheid is.”31 Vd Berg vindt dat als volwassenen zelf kiezen, ze niet verboden mag worden een hoofddoek te dragen, maar de staat zou geen subsidie moeten geven aan religieuze organisaties om religie niet aan te moedigen. Hij ziet dit als een vorm van seculier en neutraal zijn van de overheid.32 Dat is maar de vraag.

De staat is alleen neutraal als zij geen beoordeling maakt tussen de verschillende vormen van levensbeschouwing. Aangezien Floris expliciet spreekt van religie en religieus, vallen levensbeschouwelijke organisaties zoals die van humanisten, vrijdenkers of veganisten hier niet onder. Dat kan dus niet. Als het humanistisch verbond wel gesubsidieerd wordt, maar organisaties van godsgelovige levensbeschouwingen niet, dan neemt de overheid een positie in, die in strijd is met een neutraliteitsbeginsel. [NB: enkele dagen na publicatie van deze blog mailde Floris van den Berg mij om te zeggen dat hij wel degelijk tegen subsidie voor humanisten en vrijdenkers is.] Anders gezegd: de overheid subsidieert alle levensbeschouwelijke organisaties volgens de zelfde wettelijke voorwaarden of zij subsidieert niets op dit gebied. Dat Floris niet voor neutraliteit pleit, maar voor een eenzijdige steun van zijn persoonlijke levensbeschouwelijke voorkeur blijkt als hij deze paragraaf afsluit met de opmerking: “Het is de rol van intellectuelen, wetenschappers, humanistische en vrijdenkersorganisaties om te proberen ons van religie te ontdoen.”33 Dus niet alleen krijgt vd Berg’s persoonlijke levensbeschouwelijke richting als enige subsidie van de overheid, ze worden zelfs aangesteld om de andere levensbeschouwingen actief te bestrijden.

Bekritiseren en ridiculiseren

Floris schrijft: “Mensen zouden er openlijk voor uit moeten durven komen dat ze atheïst zijn. Ongelovig zijn is normaal, geloven -iets voor waar aannemen waarvan je kunt nagaan dat het niet zo is – is abnormaal.”34 Hij vindt dat atheïsten te lang hun mond hebben gehouden en van zich moeten laten horen. Op mij komt dit over als een open deur. Niet alleen hebben we vrijheid van meningsuiting, maar ook godsdienstvrijheid, dat ook de vrijheid inhoudt om niet te geloven. Er is daarbij geen enkele reden dat atheïsten zich zouden moeten inhouden en er is geen enkele aanwijzing dat ze dat doen.

Niet alleen zouden gelovigen bekritiseert moeten worden, maar ook geridiculiseerd. Nu is vrijheid van meningsuiting niet altijd leuk en er zal altijd iemand zijn die zich aangevallen of beledigt voelt door een kritische uitspraak. Bij vrijheid hoort de plicht om ongemakkelijke uitingen te tolereren. Toch kan die vrijheid niet onder alle omstandigheden als absoluut opgevat worden. Dat smaad en oproepen tot geweld niet acceptabel is, ook niet onder vrijheid van meningsuiting, daarover is iedereen het eens. Wat overblijft zou een onbeperkt uiten van elke gedachte moeten zijn. Met de actualiteit van het afgelopen jaar in het achterhoofd, waarbij een bijna religieus aanroepen van “Je suis Charlie” de norm was, is het de vraag of dit zo zwart-wit gesteld kan worden.

Floris hekelt de zorg over de heftige polarisatie van een studente in een Utrechts studentenblad. “Wilders en Le Pen grijpen deze terroristische acties aan in hun voordeel, door religieuze bevolkingsgroepen als vijand neer te zetten. Media doen hier ook aan mee. […] Wat ik belangrijk vind, is dat we ons verplaatsen in moslims. Als de cartoon over Mohammed voor hen zo beledigend is, waarom maken we ze dan? Je kunt ook te ver gaan in wat je publiceert. Naar mijn mening ligt de grens tussen vrijheid van meningsuiting en satire dicht bij belediging en gekwetste gevoelens.”, schrijft ene Chantal, een studente geschiedenis. Floris noemt het een ‘eigen-schuld-dikke-bult’-theorie. “Deze (linkse) politiek-correcte houding is als een cordon sanitair rondom de radicale moslims.”

Nu gaat het zeker te ver als opiniemakers over eieren moeten lopen, omdat schurende meningen taboe zijn, maar dat betekent niet dat we niet zouden moeten nadenken over het schemergebied tussen een vrij debat en oproepen tot geweld. Verdedigers van absolute vrijheid van meningsuiting gaan er toch te makkelijk van uit dat beledigende uitingen per definitie niemand kunnen schaden. Die opvatting verwoordt vd Berg als volgt: “In een open samenleving kunnen woorden, tekeningen, boeken, films, schilderijen, voordrachten, kleding, toneelvoorstellingen en noem maar op, kwetsend of beledigend zijn. Wie zich gekrenkt voelt mag, indien gewenst, terug beledigen en kwetsen. Wie meent dat er sprake is van het dreigen met geweld kan naar de rechter toe stappen.”35

In deze redenatie wordt een theoretisch heftig debat gepresenteerd in de vorm van één enkele opmerking, één belediging, één filmpje en dan met actoren in een gelijkwaardige machtspositie. Floris van den Berg is een blanke hoogopgeleide man die niet dagelijks met uitsluitingspraktijken te maken heeft. In die hoedanigheid wil ik best geloven dat Floris er zijn schouders over zou ophalen als iemand hem heftig beledigd. Het zou anders worden als Floris beledigd zou worden als lid van een gestigmatiseerde bevolkingsgroep, die voortdurend en collectief beledigd wordt. En als dit ook maatschappelijke consequenties zou hebben, bijvoorbeeld bij sollicitaties. In zo’n geval zou hij een prijs betalen voor de belediging die hij nu niet betaalt.

In de praktijk zijn de verdedigers van een absolute vrijheid van meningsuiting meestal geprivilegieerde mensen met een hoge opleiding, die vanuit hun positie elk podium kunnen kiezen die ze wensen om hun beledigingen te maken. De geadresseerden (in onze westerse cultuur de afgelopen 15 jaar met name de moslims) hebben de keuze van dat podium zelden. Hun rol komt er meestal noodgedwongen op neer om louter te incasseren. De zwart-witte scheiding tussen oproepen tot geweld en een verder absolute vrije meningsuiting duidt op de kijk op de wereld van een werkkamergeleerde.

“Wie bepaalt wat beledigend en kwetsend is? Wat als ik honden kwetsend vind? Of auto’s? Of bladblazers…..”, zegt Floris zonder te beseffen dat een belediging, als je deel uitmaakt van de verkeerde bevolkingsgroep, neerkomt op sociale uitsluiting.

Het is als Charlie Hebdo die midden in de vluchtelingencrisis, kort na de gebeurtenissen in Keulen een cartoon publiceren van Aylan, het dood aangespoelde vluchtelingen-kindje met de tekst die er op neer komt dat hij tenminste geen vrouwen zal verkrachten als hij groot is. Er wordt niet opgeroepen tot geweld, van smaad tegen individuele vluchtelingen is geen sprake, toch is een dergelijke hetze, waar Charlie aan bijdraagt niet zonder gevolgen.36

Wetenschappelijk onderzoek naar religie

Een volgende stap in het bestrijden van religie is het wetenschappelijke onderzoek. “In plaats van theologen zouden er interdisciplinaire onderzoeksinstituten moeten komen die religie bestuderen om aan haar verdwijning te werken.”37 De Verenigde Naties zou volgens vd Berg de aangewezen plek zijn om dit appeltje te wassen. De Verenigde Naties die onder andere moet waken over de mondiale godsdienstvrijheid zou zich dus moeten inzetten om alle levensbeschouwingen behalve de atheïstische en humanistische, uit te bannen. Dat Floris van den Berg met dit wetenschappelijke onderzoek ook doelt op onderzoek naar de nogal speculatieve memen-theorie, mag duidelijk zijn.

Afbraak van grondrechten

Ten slotte pleit Floris van den Berg voor de afbraak van grondrechten, ook al noemt hij dit niet zo. Om religie ook wettelijk te kunnen bestrijden moeten zowel de vrijheid van Godsdienst als de vrijheid van Onderwijs ingeperkt worden.

Vrijheid van Godsdienst

Hoewel hij er een beetje omheen draait in zijn boek Hoe komen we van religie af?, is het duidelijk dat de godsdienstvrijheid niet veilig is als het aan vd Berg ligt. Het lijkt er op dat hij neutraliteit voorstaat als hij zegt: “Religie hoort iemands keuze te zijn, zoals een hobby, een sport of lid worden van een vereniging. De staat hoort religie en religieuze organisaties niet aan te moedigen of te subsidiëren. Zij hoort strikt seculier en neutraal te zijn. Het is niet de rol van de staat om van religie af te komen.”38

Enerzijds vergelijkt hij religie met een hobby, waar iedereen in vrijheid voor kan kiezen. Vervolgens vergelijkt hij het met roken, die actief ontmoedigd moet worden door de overheid. “Zo’n regering staat het privégebruik van tabak toe, maar licht rokers voor dat het slecht voor hun gezondheid is, beschermt meerokers voor zover mogelijk door roken in openbare gebouwen te verbieden en belasting op tabakswaren ontmoedigt het publiek om rookwaren te kopen.”39

Hoewel het natuurlijk niet letterlijk zo gesteld wordt, pleit hij hier voor een overheid die een keuze maakt tussen gezonde en ongezonde levensbeschouwingen. Waarbij de ongezonde levensbeschouwingen door de overheid bestreden mogen worden. Het is de overheid, en dat betekent praktisch de zittende regering, die bepaalt welke levensbeschouwing gezond is en welke bestreden moet worden. De vrijheid van godsdienst is nu juist bedoelt om burgers te beschermen tegen een willekeurig bemoeizuchtige overheid. En een neutrale overheid kan niet in het levensbeschouwelijke domein stappen om daar als scheidsrechter oordelen te vellen over de diverse denkrichtingen. En daar nota bene sanctioneel in op te treden. Een seculiere of neutrale overheid bemoeit zich niet met het geloofsleven van haar burgers. Dat betekent praktisch dat ze geen specifieke religie naar voren schuift, maar evengoed geen vorm van ideologisch atheïsme.

Vrijheid van onderwijs

Een vrijheidsartikel dat het nog zwaarder moet ontgelden in het werk van Floris van den Berg is de vrijheid van onderwijs. “Alle bestaande privileges moeten worden afgeschaft, religieuze scholen en universiteiten inbegrepen. Er dienen alleen openbare scholen te zijn, geen privéscholen of thuisonderwijs. Het openbaar onderwijs kan gedifferentieerd worden op pedagogische en onderwijskundige gronden (zoals Montesorri, Jenaplan, Dalton, tweetalig onderwijs). Ook zouden er geen universiteiten op religieuze grondslag moeten zijn.”40

Hij houdt een slag om de arm voor verschillende pedagogische schooltypen, maar dat is een wassen neus, want ook daarin bepaalt de overheid of het toegestaan is of niet. Veelbetekend is dat hij de vrije school(in Vlaanderen Steinerschool) niet noemt. De antroposofische scholen zijn niet alleen afwijkend op grond van pedagogiek, maar hebben ook een duidelijk levensbeschouwelijk profiel. Die pedagogiek en levenbeschouwing kunnen in het geval van antroposofie niet los van elkaar gezien worden. Dat past niet in het ideaalbeeld van vd Berg en is dus verboden. Dat dit niet alleen gevaarlijk is voor de burgervrijheid van confessionelen, maar op termijn ook voor atheïsten schijnt hij niet te beseffen. Want wat zou een regering doen, die steunt op een confessionele meerderheid, met het onderwijs als er geen beschermend grondrecht voor onderwijs meer is? Dit plan betekent praktisch dat vrijheid van onderwijs volledig uitgehold wordt. Er blijft enkel staatsonderwijs over, waarbij gratie verleend wordt aan enkele methode-scholen.

Internationale verdragen

Dit gemorrel aan twee belangrijke grondrechten kan natuurlijk niet zomaar. Dit is vastgelegd in de grondwet en die artikelen kunnen niet zo makkelijk gewijzigd worden. Internationaal gezien kan dat ook niet, aangezien landen zich moeten houden aan mensenrechtenverdragen die door de Raad van Europa en de Verenigde Naties worden gecontroleerd. Vd Berg schrijft: “Artikel 18 van de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens(1948) luidt: ‘iedereen heeft recht op vrijheid van denken, geweten en geloof; dit recht houdt in de vrijheid van religie of geloof te veranderen, en de vrijheid alleen of in vereniging met anderen, in het openbaar of in beslotenheid, van zijn religie of geloof te getuigen in onderwijs, prediking, eredienst en gebruiken’ Dit artikel zou uit de Universele Verklaring van de Rechten vd Mens geschrapt moeten worden en uit alle latere verklaringen en grondwetten.”41

Conclusie

In dit artikel heb ik aan de hand van twee boeken van Floris van den Berg een gevaarlijke tendens binnen het Nieuwe Atheïsme geschetst, namelijk dat een dergelijke militante godsdienst-kritische houding uiteindelijk zou kunnen uitmonden in een gerichte aanval op de fundamentele grondrechten. Hoewel de meeste Nieuw Atheïstische auteurs zoals Richard Dawkins geen expliciete inbreuk maken op de grondrechten zoals vastgelegd in het UVRM, doet Floris van den Berg dit wel.

Hij beschouwt religie als een virus-infectie. Om dit hard te maken sluit hij aan bij het werk van Richard Dawkins met zijn veel te speculatieve memen-theorie. Ik heb betoogd dat het diagnotiseren van de gelovige als een zieke die niet geheel toerekeningsvatbaar is en dus geholpen moet worden een vorm van dehumaniseren is. Doordat religie op die manier wordt getypeerd kan elke vorm van religieus onderricht aan kinderen beschouwd worden als indoctrinatie, zoals Floris van den Berg doet. Ingrijpen van bovenaf lijkt dan vanzelfsprekend een heilige plicht. Van den Berg stelt een pakket aan maatregelen voor om religie te bestrijden, waarbij de afbraak van grondrechten en schrappen in de UVRM zelfs niet te ver gaat.

Hoewel ik er van wil blijven uitgaan dat Floris van den Berg het niet slecht bedoelt, is wat hij in zijn kruistocht tegen religie doet, gevaarlijk. De hele tendens van belachelijk maken, dehumaniseren en het ontnemen van grondrechten past niet in een liberale wereldvisie. Floris van de Berg noemt dit zelf een ‘paradox’, maar volgens mij is het gewoon een omgedraaide haat-ideologie.

  1. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 31. Koester de democratie!).
  2. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 19. De Gents-Leidse school).
  3. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 50. Bokkensprongen).
  4. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 49. Bijles veganisme (ook voor vegetariërs) en 50. Bokkensprongen).
  5. http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?f=32&t=14833
  6. Berg, van den, F., Hoe komen we van religie af?, Antwerpen, 2009.
  7. Hitchens, C., God is not great, New York, 2007.
  8. Dawkins, R., The God Delusion, Londen, 2007, 1.
  9. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 5. Atheïstische catechisatie).
  10. Cavanaugh, W., The Myth of religious violence, Oxford, 2009, 59 en 118-122.
  11. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, Abecedarium van ecohumanisme).
  12. https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegend_Spaghettimonster
  13. http://www.telegraph.co.uk/news/religion/12055350/Pastafarian-marriages-approved-in-New-Zealand.html
  14. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 87. Brief aan de leerlingen van 2VA van Lodensteincollege).
  15. http://www.lrb.co.uk/v28/n20/terry-eagleton/lunging-flailing-mispunching
  16. Eagleton, T., Reason, Faith and Revolution: Reflections on the God debate, New Haven, 2007, 110-111.
  17. http://www.users.drew.edu/~jlenz/whynot.html
  18. Harris, S., The end of faith, New York, 2004.
  19. Dawkins, R., The God Delusion, Londen, 2007, 343-344.
  20. R.Dawkins, Twitter, 24 dec 2015.
  21. Dawkins, R., Twitter, 24 dec 2015.
  22. Dawkins, R., The God Delusion, Londen, 2006, 188.
  23. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 5. Atheïstische catechisatie Antwoorden van een vrolijke).
  24. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 48-50.
  25. http://www.powned.tv/nieuws/media/2016/01/powned_wilders_wil_asielzoeker.html
  26. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 32. Liberalisme als individualisme).
  27. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 5. Atheïstische catechisatie).
  28. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 16. Het recht op individuele zelfbeschikking).
  29. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 21.
  30. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 23. Tijd voor een Nieuwe Verlichting).
  31. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 30.
  32. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 31.
  33. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 31.
  34. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 34.
  35. Berg, van den, F., Beter Weten, Houtekiet, 2015, (ebook, 43. Bijles in de hogere wiskunde van de vrijheid van expressie.
  36. http://www.hln.be/hln/nl/34662/Vluchtelingencrisis/article/detail/2584590/2016/01/14/Charlie-Hebdo-Wat-zou-er-geworden-zijn-van-de-kleine-Aylan-Een-billenknijper-in-Duitsland.dhtml
  37. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 49.
  38. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 32.
  39. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 30.
  40. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 24.
  41. Berg, van den, F., Hoe komen we van Religie af?, Antwerpen, 2009, 32.