Is er ooit een geschikt moment om een beginseldiscussie te voeren?

Veel woorden zijn er al besteed aan de discussie die vorige week door Maarten Boudry werd aangezwengeindexld over PVDA+ en haar ideologische achtergrond.1 Vandaag2 was het de beurt aan politicoloog Marc Hooghe in een nieuw opiniestuk over de kwestie in de Morgen.3 De tekst is doorspekt met termen als heksenjacht, inquisitie en militante geloofsijver. Een beetje zwaar aangezet als reactie op Boudry’s opiniestuk, die nergens pleit voor een verbod of een cordon, maar concluderend slechts stelt dat hij hierom niet op de SP-A zou stemmen.

Hooghe vermoedt dat Peter Mertens in een witte tabbaart met een strop om de nek over de Grote Markt moet paraderen. De historische context van deze stropop-redenatie is misplaatst. Het refereert aan de vernedering van de Gentse burgerij, die in 1540 in opstand kwam tegen het centralistische bestuur van Karel V.4 Boudry verwijt PVDA+ echter niet het recht op verzet, maar juist het ideologisch aanschurken tegen dictatoriale regimes. Het tekent de discussie dat de kritiek op PVDA+ steeds naar een meta-discussie wordt omgebogen. Niet de inhoud, maar de toon wordt geadresseerd.

In de replieken lag de focus steeds weer op Stalin of Noord-Korea. Zo verzekert Peter Mertens dat Stalin, bij de partijvernieuwing na het congres van 2008, is afgezworen en men geen contacten onderhoudt met Noord-Korea. De brede context van de gegeven kritiek verdwijnt als sneeuw voor de zon door in felle bewoordingen alleen afstand te nemen van de symboolschurken.5 Neem bijvoorbeeld het bezoek van PVDA+ aan het congres in Vietnam enkele maanden geleden. Toen de aanwezigheid van PVDA+ op dat congres ter discussie kwam te staan, werden diverse kopstukken ingezet om de band met Noord-Korea te ontkennen en te claimen dat ze zo verrast waren door hun komst dat ze meteen vertrokken. Op social media werden deze onwaarheden snel ontmaskerd, aangezien de presentielijsten van de afgelopen jaren laten zien dat Noord-Korea meestal aanwezig was en de PVDA+-afgevaardigde gewoon op de congres-foto stond met alle andere deelnemers.6img_1166-2 Maar het werkte, op social media en in opiniestukken ging het alleen nog maar over de aanwezigheid van Noord-Korea, terwijl weinigen zich de vraag stelden hoe het dan zat met het blazoen van de rest van het gezelschap van maoïstische en marxistisch-leninistische communistische partijen. Of waarom PVDA+ überhaupt in een gezelschap wil vertoeven dat niet unaniem de Noord-Koreaanse afvaardiging buiten de deur hield.

PVDA+ kritisch belicht door linkse kiezer

In een weerzinwekkend statement noemde Bart de Wever het communistische PVDA+ het ‘restafval van de 20e eeuw’.1 Neemt niet weg dat een kritisch licht op de PVDA ook voor mij als linkse kiezer nodig is.2 Na een aantal tweets van filosoof Maarten Boudry besloot ik dan ook om eens wat dieper in deze zaak te duiken. Als Nederlander in Vlaanderen moet ik voor gemeenteraadsverkiezingen toch ook een keuze maken en aangezien ik in Nederland al jaren SP stem en in Vlaanderen al enkele malen Groen! heb gestemd, ben ik toch een vis die zwemt in de vijver waarin de PVDA moet vissen.

indexIn de afgelopen weken werd de aandacht al vaker op de communistische achtergrond van de PVDA-PDB gevestigd. Zoals bijv. rond de deelname van Raoul Hedebouw aan de Vlaamse versie van De Slimste mens. Gwendolyn Rutten schreef begin december een opiniestuk in De Morgen waarin ze onder andere de ‘kritiekloze’ interviews met PVDA-ers hekelde: “In een democratie moeten alle stemmen gehoord worden en is het essentieel om te luisteren naar de stem van de kiezer. Het ergerlijke was dus niet dat De afspraak een communist uitnodigde omdat zijn partij het goed doet in de peilingen in Wallonië, wel dat hij zonder enige tegenspraak, zonder één kritische vraag, een resem platitudes mocht verkondigen.”3 Op twitter zwengelde Maarten Boudry de discussie weer aan door te wijzen op een resolutie die de PVDA in 2011 opstelde op een internationaal congres van communistische partijen, waarin steun voor het Noord-Koreaanse volk en de partij werd uitgesproken.4

Na enkele ontkennende reacties van PVDA-sympatisanten wijst hij ook nog op de deelname van de PVDA aan het congres in oktober dit jaar in Vietnam, waar de Noord-Koreaanse partij ook aanwezig was. Vanmorgen verscheen een artikel van Maarten Boudry in de Zeno-bijlage van De Morgen waarin hij zijn argumenten over de PVDA verder heeft uitgewerkt.5

Ook wijst Boudry op de standpunten van Ludo Martens, die de partij tot 2008 leidde en een echte stalinist van de oude stempel was. Zijn verdediging van Stalin, die hij ook jaren na de val van de Muur volhield, zijn tenenkrommend. Met het 8e congres van de partij werd Peter Mertens aangesteld als partijvoorzitter en zou een koers van vernieuwing ingezet worden. Maar uit het boek “Een beginselvaste partij”, die het uitvloeisel van dit congres was, blijkt dat de marxistisch-leninistische wortels daarmee niet zijn afgeworpen.6

‘Lijst Nix’, een Wageningse partij voor niet-stemmers.

Advocaat Peter Plasman wil met een lijst aan de verkiezingen meedoen die een stem wil geven aan niet-stemmers. “Wij gaan de niet-stemmers zichtbaar maken in het parlement. Niet langer wordt hun stem gekaapt door de andere partijen, vanaf nu krijgen niet-stemmers hun eigen zetels.”

screenshot-18-11-16-091743Het idee is niet nieuw. Begin jaren tachtig had je verschillende vergelijkbare iniatieven zoals ‘De Lege Stoel’ die meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen in Haarlem. In Wageningen was er Lijst Niks die voortkwam uit de kraakbeweging. Ze hadden volgens mij zelfs nog een tijdje een zetel in de raad.

Ik ben vanmorgen gaan zoeken naar bronnen, maar kan nog niet veel vinden. Als historicus onbevredigend, maar goed, dan moet ik hier maar even putten uit mijn eigen herinnering en zodra ik wat meer gevonden heb zal ik er misschien nog een blogartikel over schrijven.

Midden jaren tachtig zat ik op de middelbare school in Doorweth en kwam met de bus dagelijks door Wageningen. Toen de raadsverkiezing op komst was, viel mijn oog regelmatig op de verkiezingsposters van een mysterieuze poster: Lijst Niks (of in de tijdsgeest zou het heel goed als Lijst Nix gespeld kunnen zijn. Het zal ongeveer 1986-88 geweest zijn, want voorafgaande aan een concert in mijn favoriete stek Unitas (een Wageningse studentenverenging die vooral de verzamelplaats was van punks, anarchisten en ander onaangepast volk) werd er soms een soort stadsjournaal van de kraakbeweging getoond.

naamloosEén item ging over Lijst Niks en het mysterie van de posters werd alleen maar groter. Het interview met de lijsttrekker, die vooral benadrukte dat hij geen lijsttrekker, maar een woordvoerder was, speelde zich af in de duisternis, waarbij de spreker onherkenbaar was. Hij legde het idee van de lijst uit. We zijn geen partij, we laten de zetel leeg en geven een stem aan de niet-stemmer. De onherkenbaarheid was een bewust gekozen anonimiteit. Dat was ongeveer de strekking van het verhaal.

Het idee sloot aan bij een anarchistisch adagium: Stemmen=Toestemmen. Zelf ben ik inmiddels ouder en hopelijk wijzer geworden. Dat betekent onder andere dat ik tegenwoordig wel stem. Alleen heb ik tot op de dag van vandaag altijd gewaakt niet te stemmen op een partij die eventueel in een regering kan stappen. Als een partij te groot wordt switch ik naar een andere splinterpartij.

Mijn broer Harry Zevenbergen die veel consequenter is dan ik, was ook bij die avond en zegt tot op de dag van vandaag na elke verkiezingsuitslag dat de niet-stemmers alweer de verkiezingen hebben gewonnen.

Bloedbeschuldiging: de antisemitische roots van het ‘verdoofd slachten’-debat

Vandaag is het islamitische offerfeest en zoals elk jaar is er weer een discussie ontstaan over het verbod op onverdoofd slachten. En zoals altijd raakt het issue meteen weer verstrikt in een debat waarin religieuze minderheden die toch al onder druk staan in het defensief worden gedwongen en (extreem)-rechtse activisten (Vlaams Belang, Voorpost, NVA) goede sier maken met hun (zelden oprechte) dierenliefde. Aan de andere kant heb je de echte dierenrechten-strijders, zoals Gaia of de Partij voor de Dieren, die uit naieve dan wel opportunistische overwegingen meespelen in het spel van (extreem)-rechts. Op mijn geschiedenis-blog wil ik eens terugkijken naar de strijd tegen de Joodse rituele slacht vanaf de late 19e eeuw tot en met het nazisme.

Schächtung

Joodse emancipatie

De strijd tegen de Joodse rituele slacht begint al in de 19e eeuw. De eerste campagnes ontstonden in een vijandig antisemitisch klimaat dat Europa eind 19e eeuw kenmerkte.

Onder invloed van de verlichting was er eerst in Frankrijk en vervolgens in andere Europese landen een emancipatiebeweging van de Joodse gemeenschap op gang gekomen. Opgestuwd door de Franse Revolutie lanceerde Lodewijk XVI in 1791 de ‘Wet met betrekking tot de Joden’. Hierdoor konden de Joden voor het eerst volwaardig Frans staatsburger worden. Er stond wel een assimilatie-eis tegenover, die nog steeds een antisemitisch wantrouwen verraadt, maar de Joodse gemeenschap beschouwde deze verandering toch zeer positief. Zeker toen Napoleon in latere jaren overal waar hij kwam dezelfde rechten invoerde.1

De backlash van deze emancipatiebeweging kwam in de loop van de eeuw toen het sluimerende antisemitisme openlijker en kwaadaardiger werd. Het leek er op dat de Joodse gemeenschap, die zich eerder altijd afzijdig had gehouden, tijdens haar integratie op steeds meer weerstand stuitten. Een tendens die niet beter geïllustreerd kan worden, dan door de Dreyfus-affaire. Alfred Dreyfus was een hoge officier in het Franse leger die onterecht werd beschuldigd dat hij spion was voor Duitsland. Jarenlang bepaalde de rechtszaken een publiek debat dat steeds verder polariseerde. Er werden zelfs valse documenten in omloop gebracht om Dreyfus’ schuld te bewijzen. Dreyfus zat tot zijn amnestie in 1899 jaren onterecht gevangen en ondertussen raakte vrijwel elke Jood in het Franse leger verdacht. 2

Bloedbeschuldiging

Lezing: 30 augustus 2016, Davidsfondsdag Ieper: ‘De Beeldenstorm in Ieper’

(Dit artikel is mijn schriftelijke voorbereiding voor de lezing die ik afgelopen dinsdag hield tijdens de Davidsfonds-studiedag te Ieper, aangevuld met beelden uit de powerpoint-presentatie. Het heeft overlappingen met het eerdere artikel op deze blog over de Beeldenstorm in Ieper, maar besteed daarnaast ook aandacht aan hagenpreken en de beeldenstormen in Steenvoorde en Poperinge.)

Deze maand was het precies 450 jaar geleden dat de Beeldenstorm, een golf van vernielingen in kerken en kloosters, door de Nederlanden raasde. Een gebeurtenis die ontstond in onze regio: het Westkwartier, zoals de Westhoek in de 16e eeuw nog genoemd werd. Dit omvatte de kasselrijen, Ieper, Veurne, Waasten, Sint-Winoksbergen, Broekburg, Cassel en Belle.

ieper2

In het voorjaar van 1566 waren veel hagenprekers actief. Twee van hen springen er uit als de aanvoerders van de Beeldenstorm in deze regio. Jacob De Buysere en Sebastiaan Matte. Beide mannen hadden een band met de stad Ieper. De Buysere had hier in het Augustijner klooster gezeten totdat hij het klooster verliet om zich als predikant in te zetten voor het protestantisme. Hij kwam terecht in Engeland, waar hij eerst in de vluchtelingengemeente in Londen verbleef, waarna hij predikant werd in de vluchtelingengemeente van Sandwich. Sebastiaan Matte verbleef ook in die gemeente in de aanloop naar de Beeldenstorm. Matte was geboren in Ieper en wordt in de bronnen beschreven als een kleine dikke man met een baardje. Van beroep was hij hoedenmaker geweest, voordat hij Ieper verliet.

Omdat we niet alle gebeurtenissen in detail kunnen behandelen en de Beeldenstorm in Ieper het onderwerp van deze lezing is, zullen we vooral het pad van Sebastiaan Matte volgen, zoals hij dat in het jaar 1566 aflegde. De Buysere en Matte keerden samen uit Sandwich terug en werkten nauw samen, maar tijdens de Beeldenstorm scheidden hun wegen om elk een regio te bestrijken en het was Matte die op 15 augustus voor de poorten van Ieper stond en gezien moet worden als de aanvoerder van de Beeldenstorm in deze stad. We gaan terug naar het voorjaar van 1566.

Een schets van de situatie

And the winnerrr is…..Steenvoorde!

steenvoorde_sintpieterskerkDe Beeldenstorm, zo hebben we geleerd op school, is begonnen in Steenvoorde. In de buurt van dit kleine stadje in Frans-Vlaanderen werd op 10 augustus 1566 een preek gehouden door Sebastiaan Matte. Die preek moet opruiend geweest zijn, want een groep aanhangers van ‘de nieuwe religie’ trok naar de naburige Laurentius-kapel om daar de beelden aan stukken te slaan.
Hoewel het in de perceptie van het brede publiek soms lijkt alsof dit soort historische feiten keihard zijn, is dat vaak niet zo. Het kan dan ook gebeuren dat er alternatieve versies rond gaan. Dat is hier ook het geval. In dit artikel zal ik twee alternatieven bespreken, die de ronde doen. Waarna ik zal uitleggen waarom we toch vrij zeker kunnen zijn dat het begin in Steenvoorde was, op 10 augustus 1566.

Baasrode, 19 februari

Begin 2010 verscheen op de Wikipedia-pagina een nieuwe verwijzing.1 De Beeldenstorm zou voorafgegaan zijn door een iconoclastisch incident in Baasrode, een klein plaatsje in de buurt van Antwerpen. “Alhoewel de kerk van Baasrode reeds op 19 februari ten prooi viel aan beeldstormers, begon de beeldenstorm officieel op 10 augustus 1566 te Steenvoorde, in het huidige Frans-Vlaanderen”, zo luidde het fragment op Wikipedia.2

Destijds was ik nog niet zo lang met het onderwerp bezig en ik vond het een fascinerende gedachte dat er een half jaar voor de echte Beeldenstorm al een dergelijk incident in de Nederlanden had plaatsgevonden. De schrijver verwees in een artikel in Baceroth, het tijdschrift van een lokale heemkundige kring, naar een fragment uit Marcus van Vaernewyck.3

“Men hoorde ooc datter zeker crijschvolc anghecommen was te Baesserode, ende hadden daer al tghene dat in de keercke stont in sticken ghesmeten.”4 Zo luidt een fragment dat gedateerd is op 19 februari 1566.5 Van Vaernewyck’ Beroerlicke tijden wordt algemeen beschouwd als de meest gedetailleerde, maar ook zeer betrouwbare kroniek over de Beeldenstorm en dus zou je zeggen dat dit verhaal zou kunnen kloppen.

In de alinea voor de passage met Baasrode is echter al sprake van de komst van Alva. “Ooc zeijde men daer insghelijcx dat le duck Dhalve hier binnen dese Nederlanden wesen zoude met xiiijm mannen van wapenen….”6 Het hele gedeelte wordt door Vaernewyck dan ook besproken na de ‘hete’ zomer van 1566 en aangezien hij de gebeurtenissen chronologisch vertelt, wordt duidelijk waar de fout zit. Voor het artikel in Braceroth en op Wikipedia is geen rekening gehouden met de Paaskalender. In de 16e eeuw werd het nieuwe jaar op veel plaatsen nog gerekend vanaf Pasen. Februari 1566 is volgens de huidige kalender dan ook februari 1567.

Floris van den Berg, het Nieuwe Atheisme en de aanval op de fundamentele grondrechten

Afgelopen zomer verscheen, Beter Weten (Houtekiet, 2015), het nieuwe boek van filosoof Floris van den Berg. In het boek heeft hij verschillende teksten over zijn vaste onderwerpen atheïsme, veganisme en ecohumanisme verwerkt tot één geheel. Het resultaat is een nogal rommelig boek met veel verschillende onderwerpen. Maar zijn aversie tegen religie is een rode draad in het boek. Dat zijn godsdienstkritiek een aanval op de fundamentele grondrechten is, bleek al uit een eerder boek Hoe komen we van religie af? (Houtekiet, 2009) Aan de hand van deze twee boeken zal ik vd Berg’s visie op religie kritisch bespreken.

Floris van den Berg kan gezien worden als één van de belangrijkste schrijvers in het Nederlands taalgebied die bekend stflorisvandenberg1-300x169aan als de Nieuwe Atheïsten. Deze stroming is vanaf 2005 opgekomen met de publicaties van Sam Harris en Richard Dawkins. Aanvankelijk was het vooral een Anglo-Amerikaanse beweging, maar ook in het Nederlandse taalgebied is de beweging met mensen als Floris van den Berg zichtbaar. Met name de intolerante tendens en de nogal conservatieve/neoliberale oriëntatie van veel Nieuwe Atheïsten, heeft er voor gezorgd dat ik deze stroming al zo’n tien jaar intensief volg.

Universeel subjectivisme

De basis van de filosofie van Floris van den Berg is wat hij het universeel subjectivisme noemt. Om te bepalen welke ethische richtlijnen de juiste zijn, verplaatst men zich in de positie van de minst bedeelden. Door de belangen van deze mensen het zwaarst te laten wegen, wordt een situatie van tirannie of onderdrukking voorkomen.1

Van den Berg combineert ideeën van filosofen Peter Singer en John Rawls. Peter Singer is vooral bekend van zijn boek Animal Liberation, waarmee hij aan de wieg staat van de moderne dierenrechten-beweging. Hij vertegenwoordigt daarbinnen de utilitaristische school, die er van uitgaat dat het lijden van zoveel mogelijk mensen en dieren beperkt moet worden. John Rawls schreef in 1971 het baanbrekende boek over politieke filosofie Theory of justice. Hij beschreef daarin een gedachtenexperiment waar van den Berg sterkt op leunt en dat bekend staat als de ‘veil of ignorance’. De sluier van onwetendheid zorgt ervoor dat je politiek-ethische keuzes moet maken voordat je weet of je man of vrouw bent, blank of zwart en onwetend over leeftijd of sociale status. Vanuit de filosofieën van Singer en Rawls komt vd Berg tot universeel subjectivisme, waarbij de cirkel van rechthebbenden zo uitgebreid wordt dat ook rekening wordt gehouden met de stemlozen zoals alle dieren, toekomstige generaties en het milieu.2

Nee! De Beeldenstorm en IS zijn niet exact hetzelfde!

Op social media wordt de vergelijking tussen ‘onze’ beeldenstorm en het iconoclasme van IS veelvuldig gemaakt. Een stel onverlaten die de religieuze objecten van een andere leer vernielt, dat is toch eigenlijk precies hetzelfde. In de moderne geschiedwetenschap worden gebeurtenissen zelden nog verklaard vanuit één oorzaak, maar eerder vanuit een verzameling oorzaken die op elkaar inwerken. Ook de Beeldenstorm wordt sinds het werk van Jozef Scheerder verklaard vanuit een combinatie van religieuze, politieke en socio-economische factoren.1 De vergelijking die Maarten van Rossum maakt, impliceert dat alleen het religieuze voorschrift de acties van IS en de 16e eeuwse beeldenstormers typeert. Het is slecht geïnformeerde twitteraars vergeven, maar voor een historicus als Maarten van Rossum is de uitspraak die hij in de Slimste Mens deed onvergefelijk.2

In de Slimste Mens (de Nederlandse versie) van afgelopen woensdag zat een vraag over de Beeldenstorm. Aangezien dit een onderwerp is waar ik als historicus veel mee bezig ben, spitsten mijn oren uiteraard direct. Enigzins teleurgesteld hoorde ik hoe cabaretier André Manuel deze gebeurtenis in de 17e eeuw plaatste. Vervolgens vroeg presentator Freriks aan Maarten van Rossum of de Beeldenstorm te vergelijken is met wat IS doet. Nu erger ik me al tijden aan die vergelijking, die niet alleen op social media tot het standaard-repertoire behoort, maar zelfs in krantenartikelen te lezen is. Maarten van Rossum die meestal in enkele zinnen korte metten maakt met dit soort mythes, kon dit nu voor eens en altijd rechtzetten. Ik viel bijna van mijn stoel toen van Rossum bevestigend antwoordde.

Screenshot - 19-12-15 - 14:34:16

“Ja, is een volstrekt identiek verschijnsel. Wij leren dat in de Vaderlandse geschiedenis als een triomfantelijk hoogtepunt. De protestanten die de katholieken duidelijk maken wat een corrupte zooi die katholieke kerk is. En wat IS probeert duidelijk te maken is wat een corrupte zooi de bestaande alledaagse islam eigenlijk is, dat je je moet houden aan de strakst denkbare principes. Vrijwel al die conflicten in het Midden-Oosten hebben een religieuze achtergrond. […] Het bloedvergieten in Europa is van gruwelijke aard in de 16e en 17e eeuw. Maar het is bij ons een paar honderd jaar geleden en dan kijk je er heel anders tegen aan als wanneer het deze week is.”3

Het geval staat niet op zichzelf. Nog geen vijf dagen geleden publiceerde de Volkskrant een artikel van filosoof Yoram Stein. Hij maakte zich kwaad over uitspraken die Jonathan Israel had gedaan in Buitenhof over Spinoza. Terwijl Stein dit rechtzette maakte hij dezelfde vergelijking als van Rossum over de Beeldenstorm en IS.

Nederland mijn Vaderland: Zihni Özdil

RTEmagicC_zihniboek.jpg Zihni Özdil, historicus, schrijft columns voor de Rotterdam-bijlage van het NRC en essays in de Nieuwe Revue. Ik ken hem via Twitter en opinieartikelen op Joop.nl als een scherpzinnig en ook geestig politiek-maatschappelijk observator. Lang niet altijd ben ik het met hem eens, maar zijn scherpe tong maakt het altijd plezierig zijn stukjes te lezen. Ik heb dan ook letterlijk reikhalzend uitgekeken naar zijn boek Nederland mijn vaderland. Volgens mijn vriendin omdat ik met boeken ben als een vrouw die naar een volle kledingkast kijkt, mopperend dat ze niets heeft om aan te trekken. ‘Maar wat doe ik dan dit weekend, het schaatsseizoen is nog niet begonnen’, was mijn tegenwerping.

Nederland mijn vaderland is genoemd naar een facebookpagina waarop typisch Hollandse kneuterigheid van molens en kazen vermengt wordt met post-Fortuyns racisme. Geheel in stijl met Özdil’s gevoel voor humor zien we op de voorkant een foto van een oranje geverfde caravan die vermoedelijk na de laatste doorkomst bij ‘bocht 21’ is afgedankt.

In het eerste hoofdstuk vertelt Özdil over de bewuste facebook-pagina en hij constateert dat berichtjes meestal gevolgd worden door oproepen tot deportatie, genocide en andere vormen van grof geweld. En dat deze teksten niet komen van baldadige tieners of neo-nazi’s, maar van ‘gewone mensen’, moeder, grootmoeders met foto’s van kleinkinderen in hun profiel. De urgentie van zijn pleidooi voor een inclusief burgerschap is daarmee meteen vastgesteld.

We kennen de kleinburgelijke vreemdeligenhaat die tegenwoordig uit alle porien van de sociale media sijpelt inmiddels allemaal. Soms ken ik het land waar ik ben opgegroeid niet meer terug, maar Özdil laat in zijn betoog zien dat deze sentimenten een lange geschiedenis hebben.

Hij wijst bijvoorbeeld op de ontwikkeling van de ‘Nederlandse tolerantie’. Zo was Nederland in essentie een calvinistisch land en werd de katholieke gemeenschap lange tijd kort gehouden. Openlijk het katholieke geloof belijden werd ontmoedigd en pas na een emancipatiebeweging in de 19e eeuw hoefden de katholieken niet langer in schuilkerken bijeen te komen voor hun geloof. Ik denk dat hij hier zeker een punt heeft. Nederlandse tolerantie is gebaseerd op het principe dat alles kan, als het maar niet te opzichtig uitgedragen wordt. Dat is nog steeds zo, getuige het genante gekeutel over hoofddoekjes, burka’s en de bouw van moskeen in de afgelopen jaren. De boodschap, gedragen door het grootste deel van politiek en media: moslim zijn mag, maar we willen het niet zien.

Racisme in strips: Jommeke

Tijdens een bezoek aan de rommelmarkt vorige week zondag, nam ik me voor om wat strips mee te nemen waarin ik voorbeelden van racistische (beeld)taal vond. Al snel stuitte ik op boeken van Jommeke, een in Vlaanderen zeer populaire jeugd-strip. Ik heb er hier en daar één meegenomen, maar ben na vier gestopt. In dit artikel zal ik enkele voorbeelden kort bespreken en me daarna toespitsen op één van de gevonden strips van Jommeke: De Njam-njambloem.

jommeke011-298x300

Racisme in strips/jeugdliteratuur

Op internet is aardig wat over dit onderwerp te vinden. Deze website en deze pagina van Humo sommen een aantal bekende voorbeelden op en laten de gewraakte fragmenten zien.12 Ook zijn er goede studies naar het fenomeen verschenen, zoals Zwarte mensen in kinderboeken van Roline Redmond of Want ook al was zijn huid ook zwart van Renate Ammerlaan.3

Een bekend voorbeeld van racisme in strips is Sjors&Sjimmie, in de versie van Frans Piët. Toen Jan Kruis de strip eind jaren zestig overnam veranderde hij de dommige, stereotype Sjimmie van Piët in een gewone jongen. “Ik heb van wildeman Sjimmie een gewoon Surinaams jongetje gemaakt, zoals je dat op straat tegenkwam”, zegt Kruis hier later over.4
Een ander bekend voorbeeld waar al jaren juridisch om gestreden wordt is Kuifje in Congo. In 2012 werd er nog een rechtzaak aangespannen, waarbij de rechter besloot dat de aflevering van Kuifje niet uit de winkels gehaald hoefde te worden.5 Volgens de rechter had Hergé een beeld geschetst zoals die in de jaren dertig bestond en moest men dit nu in dat licht zien. 6 Blijkbaar gaat deze rechter er van uit dat jeugdige striplezers over de juiste kennis beschikken om die historische context te begrijpen.okidoki
Ook over voorbeelden uit kinderboeken is veel te vinden op internet. Met name Oki& Doki bij de Nikkers wordt in dat verband vaak genoemd. Hier een artikel met een bespreking van Oki&Doki.7

Jommeke

De strip Jommeke werd in 1955 gestart door striptekenaar Jef Nys in het Vlaamse blad ‘Kerkelijk Leven’.8 De held in de verhalen is een klein jongetje dat meestal met hulp van zijn vriendje Filiberke en professor Gobelijn in allerlei avonturen verzeild raakt. Meestal met de bedoeling om mensen in nood te helpen. Hoewel er hier en daar op internet wel gerefereerd wordt aan het racisme in de strips van Jommeke, zijn er maar weinig internetpagina’s over dit onderwerp. De populariteit van Jommeke is ondanks dat nog zeer groot. Het album De Njam-njambloem wordt ook nog gewoon verkocht. In mei van dit jaar werd er in Brussel nog een ‘stripmuur’ gewijd aan Jommeke onthult.9 Toch hoef je niet ver te kijken om de klassieke stereotypen tegen te komen.