And the winnerrr is…..Steenvoorde!

steenvoorde_sintpieterskerkDe Beeldenstorm, zo hebben we geleerd op school, is begonnen in Steenvoorde. In de buurt van dit kleine stadje in Frans-Vlaanderen werd op 10 augustus 1566 een preek gehouden door Sebastiaan Matte. Die preek moet opruiend geweest zijn, want een groep aanhangers van ‘de nieuwe religie’ trok naar de naburige Laurentius-kapel om daar de beelden aan stukken te slaan.
Hoewel het in de perceptie van het brede publiek soms lijkt alsof dit soort historische feiten keihard zijn, is dat vaak niet zo. Het kan dan ook gebeuren dat er alternatieve versies rond gaan. Dat is hier ook het geval. In dit artikel zal ik twee alternatieven bespreken, die de ronde doen. Waarna ik zal uitleggen waarom we toch vrij zeker kunnen zijn dat het begin in Steenvoorde was, op 10 augustus 1566.

Baasrode, 19 februari

Begin 2010 verscheen op de Wikipedia-pagina een nieuwe verwijzing.1 De Beeldenstorm zou voorafgegaan zijn door een iconoclastisch incident in Baasrode, een klein plaatsje in de buurt van Antwerpen. “Alhoewel de kerk van Baasrode reeds op 19 februari ten prooi viel aan beeldstormers, begon de beeldenstorm officieel op 10 augustus 1566 te Steenvoorde, in het huidige Frans-Vlaanderen”, zo luidde het fragment op Wikipedia.2

Destijds was ik nog niet zo lang met het onderwerp bezig en ik vond het een fascinerende gedachte dat er een half jaar voor de echte Beeldenstorm al een dergelijk incident in de Nederlanden had plaatsgevonden. De schrijver verwees in een artikel in Baceroth, het tijdschrift van een lokale heemkundige kring, naar een fragment uit Marcus van Vaernewyck.3

“Men hoorde ooc datter zeker crijschvolc anghecommen was te Baesserode, ende hadden daer al tghene dat in de keercke stont in sticken ghesmeten.”4 Zo luidt een fragment dat gedateerd is op 19 februari 1566.5 Van Vaernewyck’ Beroerlicke tijden wordt algemeen beschouwd als de meest gedetailleerde, maar ook zeer betrouwbare kroniek over de Beeldenstorm en dus zou je zeggen dat dit verhaal zou kunnen kloppen.

In de alinea voor de passage met Baasrode is echter al sprake van de komst van Alva. “Ooc zeijde men daer insghelijcx dat le duck Dhalve hier binnen dese Nederlanden wesen zoude met xiiijm mannen van wapenen….”6 Het hele gedeelte wordt door Vaernewyck dan ook besproken na de ‘hete’ zomer van 1566 en aangezien hij de gebeurtenissen chronologisch vertelt, wordt duidelijk waar de fout zit. Voor het artikel in Braceroth en op Wikipedia is geen rekening gehouden met de Paaskalender. In de 16e eeuw werd het nieuwe jaar op veel plaatsen nog gerekend vanaf Pasen. Februari 1566 is volgens de huidige kalender dan ook februari 1567.

Floris van den Berg, het Nieuwe Atheisme en de aanval op de fundamentele grondrechten

Afgelopen zomer verscheen, Beter Weten (Houtekiet, 2015), het nieuwe boek van filosoof Floris van den Berg. In het boek heeft hij verschillende teksten over zijn vaste onderwerpen atheïsme, veganisme en ecohumanisme verwerkt tot één geheel. Het resultaat is een nogal rommelig boek met veel verschillende onderwerpen. Maar zijn aversie tegen religie is een rode draad in het boek. Dat zijn godsdienstkritiek een aanval op de fundamentele grondrechten is, bleek al uit een eerder boek Hoe komen we van religie af? (Houtekiet, 2009) Aan de hand van deze twee boeken zal ik vd Berg’s visie op religie kritisch bespreken.

Floris van den Berg kan gezien worden als één van de belangrijkste schrijvers in het Nederlands taalgebied die bekend stflorisvandenberg1-300x169aan als de Nieuwe Atheïsten. Deze stroming is vanaf 2005 opgekomen met de publicaties van Sam Harris en Richard Dawkins. Aanvankelijk was het vooral een Anglo-Amerikaanse beweging, maar ook in het Nederlandse taalgebied is de beweging met mensen als Floris van den Berg zichtbaar. Met name de intolerante tendens en de nogal conservatieve/neoliberale oriëntatie van veel Nieuwe Atheïsten, heeft er voor gezorgd dat ik deze stroming al zo’n tien jaar intensief volg.

Universeel subjectivisme

De basis van de filosofie van Floris van den Berg is wat hij het universeel subjectivisme noemt. Om te bepalen welke ethische richtlijnen de juiste zijn, verplaatst men zich in de positie van de minst bedeelden. Door de belangen van deze mensen het zwaarst te laten wegen, wordt een situatie van tirannie of onderdrukking voorkomen.1

Van den Berg combineert ideeën van filosofen Peter Singer en John Rawls. Peter Singer is vooral bekend van zijn boek Animal Liberation, waarmee hij aan de wieg staat van de moderne dierenrechten-beweging. Hij vertegenwoordigt daarbinnen de utilitaristische school, die er van uitgaat dat het lijden van zoveel mogelijk mensen en dieren beperkt moet worden. John Rawls schreef in 1971 het baanbrekende boek over politieke filosofie Theory of justice. Hij beschreef daarin een gedachtenexperiment waar van den Berg sterkt op leunt en dat bekend staat als de ‘veil of ignorance’. De sluier van onwetendheid zorgt ervoor dat je politiek-ethische keuzes moet maken voordat je weet of je man of vrouw bent, blank of zwart en onwetend over leeftijd of sociale status. Vanuit de filosofieën van Singer en Rawls komt vd Berg tot universeel subjectivisme, waarbij de cirkel van rechthebbenden zo uitgebreid wordt dat ook rekening wordt gehouden met de stemlozen zoals alle dieren, toekomstige generaties en het milieu.2

Nee! De Beeldenstorm en IS zijn niet exact hetzelfde!

Op social media wordt de vergelijking tussen ‘onze’ beeldenstorm en het iconoclasme van IS veelvuldig gemaakt. Een stel onverlaten die de religieuze objecten van een andere leer vernielt, dat is toch eigenlijk precies hetzelfde. In de moderne geschiedwetenschap worden gebeurtenissen zelden nog verklaard vanuit één oorzaak, maar eerder vanuit een verzameling oorzaken die op elkaar inwerken. Ook de Beeldenstorm wordt sinds het werk van Jozef Scheerder verklaard vanuit een combinatie van religieuze, politieke en socio-economische factoren.1 De vergelijking die Maarten van Rossum maakt, impliceert dat alleen het religieuze voorschrift de acties van IS en de 16e eeuwse beeldenstormers typeert. Het is slecht geïnformeerde twitteraars vergeven, maar voor een historicus als Maarten van Rossum is de uitspraak die hij in de Slimste Mens deed onvergefelijk.2

In de Slimste Mens (de Nederlandse versie) van afgelopen woensdag zat een vraag over de Beeldenstorm. Aangezien dit een onderwerp is waar ik als historicus veel mee bezig ben, spitsten mijn oren uiteraard direct. Enigzins teleurgesteld hoorde ik hoe cabaretier André Manuel deze gebeurtenis in de 17e eeuw plaatste. Vervolgens vroeg presentator Freriks aan Maarten van Rossum of de Beeldenstorm te vergelijken is met wat IS doet. Nu erger ik me al tijden aan die vergelijking, die niet alleen op social media tot het standaard-repertoire behoort, maar zelfs in krantenartikelen te lezen is. Maarten van Rossum die meestal in enkele zinnen korte metten maakt met dit soort mythes, kon dit nu voor eens en altijd rechtzetten. Ik viel bijna van mijn stoel toen van Rossum bevestigend antwoordde.

Screenshot - 19-12-15 - 14:34:16

“Ja, is een volstrekt identiek verschijnsel. Wij leren dat in de Vaderlandse geschiedenis als een triomfantelijk hoogtepunt. De protestanten die de katholieken duidelijk maken wat een corrupte zooi die katholieke kerk is. En wat IS probeert duidelijk te maken is wat een corrupte zooi de bestaande alledaagse islam eigenlijk is, dat je je moet houden aan de strakst denkbare principes. Vrijwel al die conflicten in het Midden-Oosten hebben een religieuze achtergrond. […] Het bloedvergieten in Europa is van gruwelijke aard in de 16e en 17e eeuw. Maar het is bij ons een paar honderd jaar geleden en dan kijk je er heel anders tegen aan als wanneer het deze week is.”3

Het geval staat niet op zichzelf. Nog geen vijf dagen geleden publiceerde de Volkskrant een artikel van filosoof Yoram Stein. Hij maakte zich kwaad over uitspraken die Jonathan Israel had gedaan in Buitenhof over Spinoza. Terwijl Stein dit rechtzette maakte hij dezelfde vergelijking als van Rossum over de Beeldenstorm en IS.

Nederland mijn Vaderland: Zihni Özdil

RTEmagicC_zihniboek.jpg Zihni Özdil, historicus, schrijft columns voor de Rotterdam-bijlage van het NRC en essays in de Nieuwe Revue. Ik ken hem via Twitter en opinieartikelen op Joop.nl als een scherpzinnig en ook geestig politiek-maatschappelijk observator. Lang niet altijd ben ik het met hem eens, maar zijn scherpe tong maakt het altijd plezierig zijn stukjes te lezen. Ik heb dan ook letterlijk reikhalzend uitgekeken naar zijn boek Nederland mijn vaderland. Volgens mijn vriendin omdat ik met boeken ben als een vrouw die naar een volle kledingkast kijkt, mopperend dat ze niets heeft om aan te trekken. ‘Maar wat doe ik dan dit weekend, het schaatsseizoen is nog niet begonnen’, was mijn tegenwerping.

Nederland mijn vaderland is genoemd naar een facebookpagina waarop typisch Hollandse kneuterigheid van molens en kazen vermengt wordt met post-Fortuyns racisme. Geheel in stijl met Özdil’s gevoel voor humor zien we op de voorkant een foto van een oranje geverfde caravan die vermoedelijk na de laatste doorkomst bij ‘bocht 21’ is afgedankt.

In het eerste hoofdstuk vertelt Özdil over de bewuste facebook-pagina en hij constateert dat berichtjes meestal gevolgd worden door oproepen tot deportatie, genocide en andere vormen van grof geweld. En dat deze teksten niet komen van baldadige tieners of neo-nazi’s, maar van ‘gewone mensen’, moeder, grootmoeders met foto’s van kleinkinderen in hun profiel. De urgentie van zijn pleidooi voor een inclusief burgerschap is daarmee meteen vastgesteld.

We kennen de kleinburgelijke vreemdeligenhaat die tegenwoordig uit alle porien van de sociale media sijpelt inmiddels allemaal. Soms ken ik het land waar ik ben opgegroeid niet meer terug, maar Özdil laat in zijn betoog zien dat deze sentimenten een lange geschiedenis hebben.

Hij wijst bijvoorbeeld op de ontwikkeling van de ‘Nederlandse tolerantie’. Zo was Nederland in essentie een calvinistisch land en werd de katholieke gemeenschap lange tijd kort gehouden. Openlijk het katholieke geloof belijden werd ontmoedigd en pas na een emancipatiebeweging in de 19e eeuw hoefden de katholieken niet langer in schuilkerken bijeen te komen voor hun geloof. Ik denk dat hij hier zeker een punt heeft. Nederlandse tolerantie is gebaseerd op het principe dat alles kan, als het maar niet te opzichtig uitgedragen wordt. Dat is nog steeds zo, getuige het genante gekeutel over hoofddoekjes, burka’s en de bouw van moskeen in de afgelopen jaren. De boodschap, gedragen door het grootste deel van politiek en media: moslim zijn mag, maar we willen het niet zien.

Racisme in strips: Jommeke

Tijdens een bezoek aan de rommelmarkt vorige week zondag, nam ik me voor om wat strips mee te nemen waarin ik voorbeelden van racistische (beeld)taal vond. Al snel stuitte ik op boeken van Jommeke, een in Vlaanderen zeer populaire jeugd-strip. Ik heb er hier en daar één meegenomen, maar ben na vier gestopt. In dit artikel zal ik enkele voorbeelden kort bespreken en me daarna toespitsen op één van de gevonden strips van Jommeke: De Njam-njambloem.

jommeke011-298x300

Racisme in strips/jeugdliteratuur

Op internet is aardig wat over dit onderwerp te vinden. Deze website en deze pagina van Humo sommen een aantal bekende voorbeelden op en laten de gewraakte fragmenten zien.12 Ook zijn er goede studies naar het fenomeen verschenen, zoals Zwarte mensen in kinderboeken van Roline Redmond of Want ook al was zijn huid ook zwart van Renate Ammerlaan.3

Een bekend voorbeeld van racisme in strips is Sjors&Sjimmie, in de versie van Frans Piët. Toen Jan Kruis de strip eind jaren zestig overnam veranderde hij de dommige, stereotype Sjimmie van Piët in een gewone jongen. “Ik heb van wildeman Sjimmie een gewoon Surinaams jongetje gemaakt, zoals je dat op straat tegenkwam”, zegt Kruis hier later over.4
Een ander bekend voorbeeld waar al jaren juridisch om gestreden wordt is Kuifje in Congo. In 2012 werd er nog een rechtzaak aangespannen, waarbij de rechter besloot dat de aflevering van Kuifje niet uit de winkels gehaald hoefde te worden.5 Volgens de rechter had Hergé een beeld geschetst zoals die in de jaren dertig bestond en moest men dit nu in dat licht zien. 6 Blijkbaar gaat deze rechter er van uit dat jeugdige striplezers over de juiste kennis beschikken om die historische context te begrijpen.okidoki
Ook over voorbeelden uit kinderboeken is veel te vinden op internet. Met name Oki& Doki bij de Nikkers wordt in dat verband vaak genoemd. Hier een artikel met een bespreking van Oki&Doki.7

Jommeke

De strip Jommeke werd in 1955 gestart door striptekenaar Jef Nys in het Vlaamse blad ‘Kerkelijk Leven’.8 De held in de verhalen is een klein jongetje dat meestal met hulp van zijn vriendje Filiberke en professor Gobelijn in allerlei avonturen verzeild raakt. Meestal met de bedoeling om mensen in nood te helpen. Hoewel er hier en daar op internet wel gerefereerd wordt aan het racisme in de strips van Jommeke, zijn er maar weinig internetpagina’s over dit onderwerp. De populariteit van Jommeke is ondanks dat nog zeer groot. Het album De Njam-njambloem wordt ook nog gewoon verkocht. In mei van dit jaar werd er in Brussel nog een ‘stripmuur’ gewijd aan Jommeke onthult.9 Toch hoef je niet ver te kijken om de klassieke stereotypen tegen te komen.

Erfgoed in de Westhoek mbt de Beeldenstorm

Dit artikel heb ik opgestart naar aanleiding van een reactie op mijn eerder artikel op mijn eerdere artikel over de Beeldenstorm in Ieper. De westhoek was het brandpunt van de beeldenstorm. Na de Beeldenstorm heeft een radicale groep beeldenstormers, die de Bosgeuzen genoemd worden, nog enige tijd de streek onveilig gemaakt.
Op grond van het lijstje van Ivo Libbrecht heb ik een overzicht gemaakt van een aantal plekken in de Westhoek die herinneren aan de Beeldenstorm en de Bosgeuzen. Naast een korte beschrijving van de plek, geef ik steeds een exacte locatie, met behulp van Google Maps. Alle tips zijn welkom en worden steeds in het artikel verwerkt.

Ivo Libbrecht heeft in een artikel de ‘geheugenplaatsen’ of ‘Lieux de memoire’ van de Beeldenstorm in de Westhoek uitgewerkt in een artikel, dat hier te lezen/downloaden is. Hij bespreekt naast de fysieke plekken ook immaterieel ergoed.


 

geuzenkapel_Hondschoote
Geuzenkapel: Hondschoote
Deze kapel werd in de 19e eeuw gebouwd op de plek waar Sebastiaan Matte (belangrijke leider van de Beeldenstorm in de Westhoek) samen met Pieter Loyssoone hun eerste hagenpreek gehouden zouden hebben in 1566.
* meer info op het forum ‘Frans Vlaanderen in het Nederlands’
* locatie: Route de Killem 100, Hondschoote


 

StLaurent

Sint-Laurens klooster: Steenvoorde
De beeldenstorm begon op 10 augustus 1566 in Steenvoorde. Na een preek in Steenvoorde trok een groep toehoorders naar het Sint-Laurens-klooster buiten de stad en vernielde daar de beelden. Het klooster bestaat niet meer, maar het zou bij de kruising van ‘chemin du moulin’ en ‘chemin du St.Laurent’ geweest moeten zijn.
* locatie: Couvent du St.Laurent


 

steenvoorde_sintpieterskerk

Sint-Pieterskerk: Steenvoorde
Op 10 augustus begon de beeldenstorm in de westhoek. Die dag werd alleen het Sint-Laurens klooster bestormd. De rest van Steenvoorde en dus ook de Sint-Pieterskerk volgden op 16 augustus.
In de kerk schijnt nog een klok uit het Sint-Laurensklooster bewaard te worden.
* locatie: Place Saint-Pierre, Steenvoorde


 

bailleul-st-waast

St. Vaast-kerk: Bailleul
Belle (Bailleul) was de eerste plaats na Steenvoorde waar de Beeldenstorm langsraasde. 3 dagen na Steenvoorde, op 13 augustus werd het St. Antoniusklooster bestormd. Andere locaties, waaronder de St. Vaastkerk waren op 15 augustus aan de beurt. In de St. Vaastkerk is een brandglasraam, dat in 1932 geplaatst werd en een aanval van de bosgeuzen in 1578 voorstelt.
* locatie: rue du Collège, Bailleul.


 

IMG_0343

Juan Luis Vives on poor relief

In this essay I will pay attention to the ideas on poor relief in De Subventione Pauperum (1526), written by the Spanish humanist Juan Luis Vives. I will try to put it in the context of late medieval ideology on poverty and poor relief. I will not draw a conclusive picture in this essay, but I’ll put forward three keyfigures from the late medieval period who wrote about poverty and poor relief and are representative for some development within this time-frame: Thomas Aquinas representing scholastic philosophy, Geert Groote, the main founder of the Devotio Moderna movement and finally, the humanist Thomas More, writer of Utopia.

VivesinBrugge

Vives-statue behind the OLV-church in Bruges.

The modernistic approach that Vives laid down in De Subventione Pauperum strikes most readers nowadays and some scholars went a step further by announcing that this piece of work laid the ideological foundation of modern welfare.1 In the historiography of poor relief, book II of De Subventione Pauperum was mostly emphasized, because it contains a practical guide for the re-organization of poor relief.
This historiography was mostly worked out in the sixties, seventies and eighties of the twentieth century and the vision about poor relief in those days was quite pessimistic.

Whether it was because the historiography was dominated by Marxist approaches containing fundamental suspicion of religious institutions or it was because the success of the welfare state after WOII gave historians more ammunition for a moralistic opinion about poor relief in the past. Fact is that poor relief by these historians was mainly described as a transaction of the wealthy gaining salvation from God by giving alms to the poor. 2

In these studies there is a lacking of other types of poor relief besides the religious practice of alms-giving. In this narrative of late medieval poor relief, Vives functioned as a symbol of radical change from the religious practice of almsgiving to the modern approach of state-centralized care-taking. From the nineties on this picture is slowly changing. Lyllewyn Bogaers shows in her study of late-medieval Utrecht that salvation is not the only motive for helping neighbours in need, but that the community plays an important role. She accuses the historians on the subject that their vision is not always the product of systematic analysis, but also of reproducing existing visions.3

Verdwenen beschaving – Eelco de Boer

Eelco de Boer, Verdwenen beschaving en verborgen boodschappen uit het verre verleden in Nederland, Free Musketiers, 2013.

 

9200000010757840Dit blog-artikel is mijn tweede recensie van een boek uit de categorie ‘Pseudo-geschiedenis’. In de recensie over Karel de Grote van Henk Feikema gaf ik aan dat een belangrijk thema binnen de pseudogeschiedenis, de ontkenning van het bestaan van een aansprekende historische persoon, is. In dit boek komt een ander geliefd thema aan de orde, namelijk de bewering dat een historisch evenement op een andere locatie heeft plaatsgevonden, dan de historici doorgaans vertellen. En dan liefst in de regio waar de schrijver vandaan komt. Eelco de Boer verdedigt in zijn boek Verdwenen beschaving dat de Illias van Homerus niet in het huidige Turkije gesitueerd moet worden, maar in Zeeland.

Maar allereerst zou ik willen nagaan, wie Eelco de Boer is en met welke achtergrond hij de beweringen doet, die hij doet. In zijn boek vertelt hij niets over opleiding of achtergrond, en op internet is ook niets te vinden. De faceboek-pagina1 vermeld enkel de boeken van Eelco de Boer en geven verwijzingen naar een lezing aan de Erasmus Universiteit. Nu is vanaf het eerste hoofdstuk duidelijk dat de Boer geen formele opleiding heeft, dus dat een universiteit hem uitnodigt voor een lezing is dan ook ondenkbaar. Het gebeurt nogal eens dat men zelf een zaaltje afhuurt voor een lezing binnen een universiteit om vervolgens de illusie te wekken dat de lezing een academische aangelegenheid is. In dit geval bleek een niet-wetenschappelijke medewerker van de universiteit een zaaltje geregeld te hebben. (zie de reacties onder dit artikel)

In de inleiding stelt de Boer dat het boek niet voor zweverige types bedoelt is, maar voor mensen die met beide benen op de grond staan. Een opmerkelijke binnenkomer voor een schrijver die zich vervolgens 160 pagina’s laat gaan in onverantwoorde speculaties en zaken als leylijnen en het Oera Linda boek als onderbouwing aanvoert. Zelf zegt Eelco de Boer:

De methoden die ik toepas, worden door de huidige wetenschappers mogelijk niet voor vol aangezien. Maar de gevonden zaken zijn zo gek, en het zijn er zo veel die onderling dan ook nog een bijzondere relatie hebben, dat ik dit niet allemaal links wil laten liggen. …<>… En al die feiten op een rij brengen het huidige wereldbeeld aan het wankelen. De wereld is fantastischer dan we willen geloven!

Argument from Silence: een historiografische verkenning

De storm is inmiddels weer een beetje gaan liggen. Maar nadat de hervormde dominee Edward van der Kaaij, begin februari in een interview in Trouw, beweerde dat Jezus nooit als historisch persoon bestaan heeft, ontstond er in de media een kleine controverse. Van der Kaaij had het wiel zelf niet uitgevonden, maar baseerde zich op de theorie van Timothy Freke en Peter Gandy.1 Deze auteurs maken deel uit van het zogenaamde Jezus-mythicisme, een stroming die al in de 19e eeuw ontstond, maar sinds 15-20 jaar weer een grote populariteit kent.

paulus

Het Jezus-mythicisme is meestal gebaseerd op drie pijlers. Ten eerste is dat het idee dat Jezus van Nazareth grote overeenkomsten vertoond met gehelleniseerde cultussen, zoals die van Osiris of Mythras. Verder is er de gedachte dat de verhalen in de evangeliën zo sterk lijken op materiaal uit het Oude Testament, dat er sprake moet zijn van een literaire bewerking van die oudere teksten. En ten slotte wijzen de Jezus-mythicisten op de stilte van Paulus. In de brieven van Paulus worden zo weinig biografische gegevens over Jezus meegegeven, dat men betwijfelt dat Paulus kennis had van de historische Jezus.

Wie het werk van de belangrijkste mythicisten bekijkt (op dit moment zijn dat oa. Robert M. Price, Earl Doherty, Dorothy Murdock en Richard Carrier) zal al snel opvallen dat het ‘argument from silence’ essentieel is voor de rest van het mythicistische discours. Dat er overeenkomsten met andere Hellenistische cultussen zijn, zoals het sterven en wederopstaan van Jezus, is op zich niet vreemd. Historisch gezien is syncretisme als verschijnsel universeel te noemen en het zou eerder vreemd zijn als er geen sprake zou zijn geweest van beinvloeding van niet-Joodse cultussen op het vroege christendom. Voor het andere argument, de herschrijvingen van Oude Testament-materiaal in de evangeliën, geldt ongeveer hetzelfde. Het herschrijven van oud materiaal in het Nieuwe Testament is voor bijbelwetenschappers een bekend verschijnsel en het steeds hergebruiken van oude verhalen, is in de oudheid eerder regel dan uitzondering.

Beide argumenten krijgen enkel gewicht door de problematisering van de stilte van Paulus. Doordat Jezus-mythicisten er van uitgaan dat de biografie van Jezus pas decennia na Paulus opduikt, fungeren de andere twee argumenten als verklaring voor die stilte. En dus luidt de conclusie dat een historische figuur als subject in het Jezus-narratief, niet bestaan zal hebben.

De beeldenstorm in Ieper

Historisch gezien is Ieper vooral bekend vanwege haar rol in de Eerste Wereldoorlog. Hierdoor worden andere historische feiten van de stad minder snel belicht. Vooral als het gaat om de godsdiensttroebelen in de zestiende eeuw is dat jammer. Een interessante episode in de geschiedenis van de Nederlanden. Ieper was de grootste stad in de Westhoek, het gebied waar de beeldenstorm niet alleen begon, maar ook het hevigst was.

Tijdens de eerste Wereldoorlog is Ieper haar volledige stadsarchief kwijtgeraakt. Zo goed als alle bronnen van voor 1914 zijn hierdoor verloren gegaan. Onderzoek naar de geschiedenis van Ieper voor 1914 is dus afhankelijk van bronnen die in de 19e eeuw reeds werden uitgegeven. De beeldenstorm is relatief rijk bedeeld met bronnenuitgaven. Toch is er nooit een studie verschenen die specifiek over de beeldenstorm in Ieper gaat en wordt de beeldenstorm in die stad alleen in groter verband besproken. De meest recente studie waarin dit gebeurde is Beggars, iconoclasts, and civic patriots van Peter Arnade. In dit artikel wil ik de beeldenstorm van Ieper iets uitgebreider en gedetailleerder belichten.

De eerste hagenpreken

beeldenstorm04Sinds het begin van de jaren zestig van de zestiende eeuw was het protestantisme, en dan vooral het calvinisme, in het Westkwartier een massabeweging geworden. Afgezien van de predicatie in Boeschepe in 1562, werden de bijeenkomsten in het geheim georganiseerd. Het smeekschrift dat de edelen op 5 april 1566 aan Margaretha van Parma aanboden zou het startschot worden voor bijeenkomsten in het openbaar. Margaretha besloot namelijk de plakkaten, die de basis vormden voor de vervolging van protestanten, tijdelijk op te schorten.

Zodra het nieuws van het smeekschrift bekend werd, kwamen gevluchtte predikanten over uit de vluchtelingegemeenten in Engeland. De vluchtelingen uit de westhoek zaten vooral in het kustplaatsje Sandwich. Na de oversteek naar Veurne trokken de meesten naar Hondschote. Van daaruit begonnen ze, net als predikanten die niet gevlucht waren, in het openbaar te preken. 1 De hagenpreken werden in het open veld gehouden, vaak niet ver van een stad. In de steden werden de preken niet toegelaten en de calvinisten hadden uiteraard geen eigen kerk.